Het voorjaar is een prachtige periode en veel paarden gaan weer op de weide.
Als paardeneigenaar denk je natuurlijk goed na over de meest voorkomende parasieten bij paarden. Tijdens deze hoge temperaturen worden knutjes weer een probleem en ontpoppen wormeitjes zich binnen enkele dagen tot infectueuze larven.

Er zijn veel verschillende soorten wormen met elk een eigen levenscyclus en met andere klachten bij het paard. We beschrijven hier de meest voorkomende soorten wormen bij paarden.

Wil je meer weten over preventie en behandelen van parasieten, klik dan hier.

Parasieten bij paarden

Interne parasieten

Veulenworm 

Het risico om een parasitaire infectie op te lopen, is al vanaf de allereerste uren na de geboorte van een veulen aanwezig. Vaak is de moeder drager van volwassen veulenwormen die in ruste in de buikwand zitten. De merrie heeft hier geen last van en deze infectie is ook niet aan te tonen omdat er geen eitjes gelegd worden. Kort voor de geboorte wordt de veulenworm actief en gaan de wormen eitjes leggen. De larven die daaruit komen, trekken naar de uier van de merrie. Zo krijgt het veulen al via de moedermelk de eerste worminfectie binnen. Na ongeveer 10 dagen zijn de larven die het veulen binnen heeft gekregen volwassen en leggen deze eitjes die met de mest mee naar buiten komen. De larven die uit deze eitjes komen, kunnen bij het veulen via de huid weer binnendringen, of worden opgegeten, en het veulen zo opnieuw infecteren.

Bestrijden veulenworm

Om veulenworm infecties zoveel mogelijk te bestrijden, is het van belang om ruim voor de geboorte van het veulen met je dierenarts het wormmanagement van de merrie en het veulen te bespreken. De dierenarts kan aanraden de merrie 1 á 2 weken voor de bevalling te ontwormen, maar kan ook adviseren het veulen met een dag of 10 te ontwormen. Daarnaast is een goede stalhygiëne natuurlijk essentieel om herinfectie zoveel mogelijk te voorkomen. Schep daarom iedere dag alle mest en natte plekken uit de kraamstal. Over het algemeen bouwen veulens binnen een maand of 6 voldoende weerstand op tegen de veulenworm, zodat ze er daarna geen last meer van hebben. 

Bloedworm 

In de volksmond wordt vaak gesproken over bloedworm of rode bloedworm. Feitelijk gaat het echter om twee soorten; de grote bloedworm en de kleine bloedworm, waarbij ook weer sprake is van verschillende subsoorten. De grote bloedworm komt in Nederland (en omringende landen) eigenlijk niet meer voor, dus in de praktijk gaat het eigenlijk altijd om diverse subsoorten van de kleine bloedworm. Bloedworminfecties zijn de meest voorkomende worminfecties bij paarden. Als er een worminfectie wordt gevonden, is het in meer dan 95% van de gevallen een bloedworminfectie. Paarden lopen het grootste risico op een bloedworminfectie tijdens het grazen, maar recent wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat het ook mogelijk is om een bloedworminfectie op te lopen in de stal. In de praktijk duurt het een jaar of 7/8 tot paarden voldoende weerstand hebben opgebouwd tegen bloedworminfecties. Er zijn echter paarden die hun leven lang gevoelig blijven voor bloedworminfecties. Ook kan een tijdelijk verlaagde weerstand door stress of ziekte de gevoeligheid om een bloedworminfectie op te lopen het hele leven aanwezig blijven.

Bestrijden bloedworm

Het is niet altijd nodig om te ontwormen tegen bloedworm. Hierbij kijk je naar de ernst van een worminfectie, uitgedrukt in Eitjes per Gram (EPG). Met behulp van mestonderzoek wordt deze EPG bepaald en wordt in overleg met de dierenarts besloten of het nodig is om te ontwormen en zo ja, waarmee. 

Spoelworm 

De spoelworm is een zeer schadelijke parasiet die vooral voor problemen zorgt bij jonge dieren tot ongeveer 3 jaar. Nadat het paard een infectieus eitje binnenkrijgt tijdens het grazen (of op stal), komt er een larve uit die een trektocht maakt door het lichaam van het paard en waarbij deze via de lever in de longen terecht komt. Het paard hoest de larve op en slikt deze door, waardoor hij in het spijsverteringskanaal terecht komt waar in de dunne darm de eitjes gelegd worden.

Bestrijden spoelworm

De meest gegeven wormkuren zijn niet effectief tegen de spoelworm, waardoor een zeer groot risico ontstaat wanneer niet regelmatig mestonderzoek wordt uitgevoerd. Ieder jaar zijn er berichten over veulens die overlijden aan koliek als gevolg van een spoelworminfectie. Vaak blijkt dat de veulens wel zijn ontwormd, maar met een middel dat niet effectief is tegen spoelworm. Met behulp van mestonderzoek kan bepaald worden of er sprake is van een spoelworminfectie en als dat zo is, kan in overleg met de dierenarts worden bepaald welke wormkuur gegeven dient te worden. 

Lintworm 

Lintworm infecties komen relatief weinig voor. Dit komt met name doordat veel paardeneigenaren jaarlijks ontwormen met een middel dat ook tegen lintworm werkt.  De lintworm komt hoofdzakelijk voor op oude vervilte weides en maakt gebruik van een zogenaamde tussengastheer, de mosmijt, die op deze weides te vinden is. De lintworm scheidt zijn eitjes uit in eipakketjes; de lintwormsegmenten (geledingen) kun je met het blote oog in de mest zien en ze lijken het meeste op rijstkorreltjes. Lintwormeitjes kunnen met behulp van mestonderzoek gevonden worden. De lintwormeitjes worden echter onregelmatig uitgescheiden, dus als er geen lintwormeitjes worden gevonden in de mest wil dit niet zeggen dat er geen lintwormbesmetting is. 

Bestrijding lintworm

Doordat de lintworm een relatief trage levenscyclus (van ongeveer een jaar heeft), blijkt in de praktijk dat deze jaarlijkse ontworming voldoende is om grote problemen te voorkomen.

Aarsworm 

Zoals de naam al zegt; tref je deze parasiet aan bij de anus van het paard. De volwassen wormen bevinden zich in de endeldarm. Wanneer het paard in rust is of slaapt, komt de aarsworm naar buiten en legt eitjes rondom de anus. De eitjes komen dus niet met de mest mee naar buiten en kunnen daarom (in principe) niet met standaard mestonderzoek worden gevonden. Aarsworminfecties zijn relatief onschuldig; ze veroorzaken voornamelijk jeuk bij de staart. Paarden kunnen hiervan gaan schuren, waardoor wondjes kunnen ontstaan. Er is veel resistentie bekend, wat de bestrijding van een aarsworminfectie lastig maakt. Het helpt om de anus van het paard dagelijks goed schoon te maken, zodat er geen nieuwe aarswormeitjes kunnen verspreiden die voor een nieuwe infectie kunnen zorgen. 

Leverbot 

Het paard is geen geschikte gastheer voor leverbotten, en in gezonde paarden maken leverbotten eigenlijk geen kans hun levenscyclus te voltooien. Het risico op leverbotinfecties bij paarden ontstaat eigenlijk alleen onder de volgende omstandigheden: 

  • Er komen andere grazers op de paardenweide die wel natuurlijke gastheren van de leverbot zijn, zoals schapen of runderen; 
  • De weide heeft blijvend natte plaatsen zoals sloten en greppels, waar de leverbotslak (tussengastheer) kan overleven; 
  • Het paard heeft een verminderde weerstand. 

Een leverbotinfectie kan niet worden aangetoond met behulp van standaard mestonderzoek. Hiervoor moet aanvullend mestonderzoek worden gedaan. Dit onderzoek is voornamelijk aan te raden als er klinische tekenen zijn en wanneer aan de bovengenoemde voorwaarden is voldaan. 

Longworm 

Net als bij de leverbot is het paard geen geschikte gastheer voor longwormen. Ezels zijn dit wel en bij paarden ontstaat het risico op een longworminfectie als er contact is met ezels. Van de levenscyclus van de longworm bij paarden is helaas niet zoveel bekend. De larven komen in de longen terecht, waardoor paarden een hardnekkige hoest ontwikkelen. Een longworminfectie kan niet worden aangetoond met standaard mestonderzoek. Hiervoor is aanvullend onderzoek nodig. Wanneer er sprake is geweest van contact met ezels en het paard blijft hoesten, dan kan dit onderzoek zinvol zijn. 

Horzellarve 

De horzellarve is een aparte in het rijtje met parasieten, omdat het hierbij gaat om eitjes die in de nazomer en het najaar door de horzel worden gelegd op de benen, flanken en manen van het paard. Paarden likken deze op bij zichzelf, of bij een weidemaatje tijdens het groomen en krijgen zo de larfjes in hun mond. Na enkele weken trekken de larfjes naar het spijsverteringskanaal, waar ze zich in de maag vastzetten. Na 8 tot 11 maanden komen ze met de mest mee naar buiten. De larven zijn gemakkelijk te herkennen in de mest. De larven boren zich in de grond en na enkele keren verpoppen, komen de horzels eruit en is de cyclus weer rond. Een infectie met de horzellarve is met mestonderzoek niet aan te tonen. Dat hoeft natuurlijk ook niet, want de eitjes zijn met het blote oog zichtbaar op benen, flanken en manen. Heeft een paard, of het weidemaatje, deze eitjes gehad in het najaar? Dan is het verstandig dit te bespreken met je dierenarts. 

Externe parasieten 

Luizen

Deze kleine insecten veroorzaken jeuk en huidirritatie. Ze komen vooral voor bij slecht verzorgde paarden en kunnen leiden tot huidinfecties door voortdurend krabben. 

Mijten 

Mijten veroorzaken schurft en komen vaak voor in de benen en oren van paarden. Ze leiden tot intense jeuk en huidbeschadiging. 

Vliegen 

Verschillende soorten vliegen, zoals stalvliegen en paardenvliegen, irriteren paarden door hun beten en kunnen ziektes overbrengen. 

Muggen 

Voor paarden kunnen verschillende soorten muggen vervelend zijn. De belangrijkste zijn knutten, steekmuggen, en dazen.

Preventieve maatregelen externe parasieten

  • Bescherming: gebruik dekens en maskers die speciaal ontworpen zijn om muggen en vliegen weg te weren.
  • Omgeving: vermijd stilstaand water en maak regelmatig stallen en weilanden schoon om broedplaatsen te verminderen.
  • Sprays: gebruik een natuurlijke insectenwerend middel dat speciaal is voor gebruik bij paarden.

Door deze maatregelen te nemen, kun je de overlast van externe parasieten bij paarden aanzienlijk verminderen en hun welzijn verbeteren.